Home

“Die weg is niets minder dan dé oplossing voor dit gebied.” Wetipai Djoe (76) is de hoopvolle kapitein van Lantiwee. Het dorpje ligt hemelsbreed zo’n twintig kilometer ten noorden van Moengo en is sinds mensenheugenis alleen over de Cottica te bereiken. De nieuwe laterietweg van Wanhatti naar de vijf vergeten dorpen aan de rivier moet daar verandering in brengen. Het moet ook de kinderen van de kapitein weer terug naar huis lokken. Maar of dat gaat lukken, is nog maar de vraag.

Cotticaweg_Detailfoto

De rivierdienst was tot voor kort de enige verbinding van Lantiwee met de bewoonde buitenwereld. De korjaal met buitenboordmotor vaart twee keer per week en heeft plaats voor maximaal vijftien passagiers, zonder vracht. Even schuiven en een beetje proppen en dan passen er ook wel 25 mensen met een paar zakken cassave in. De ongelukkigen op de rand van de boot krijgen onderweg natte billen, maar zijn twee uur later wel in Moengo.

Op dinsdag- en donderdagochtend staan de vrouwen van het dorp dus met hun kruiwagens vol afwas én een stapeltje SRD’s op de houten steiger. Ze laten spullen halen die het bos hen niet biedt: rijst, bier, toiletpapier. Maar soms komt de boot niet opdagen. De lantiboto die voorheen drie keer in de week langs voer is kapot en de vervanger van de Suralco is niet altijd even betrouwbaar. Als de dorpsbewoners de oogst van hun kostgronden willen vervoeren voor de verkoop, zijn ze bovendien vijfhonderd Surinaamse dollar kwijt aan een charterboot.

Leegloop

Het moeilijke bestaan langs de rivier maakt dat de bevolking sinds de Binnenlandse Oorlog behoorlijk in aantal is afgenomen. Waar Lantiwee vroeger 150 inwoners telde, wonen er nu nog maar nauwelijks veertig. “Kinderen wonen hier tot de zesde klas, daarna moeten ze weg”, verzucht Pa-Adam (82). Hij was één van de eersten die na de oorlog terugkeerde naar zijn geboorteplaats en ziet de latere leegloop van de dorpen met lede ogen aan.

Het is dus geen wonder dat de kapitein en zijn dorpelingen zo naar de weg uitkijken. De buren van Wanhatti hebben al een bauxietweg sinds 1972. Ooit was Wanhatti het laatste dorp aan de rivier vanuit Moengo, maar dankzij de weg is die hiërarchie omgedraaid. Het heeft een lagere school, ambtenaren, auto’s, drinkwater, een onbemande poli van de Regionale Gezondheidsdienst, een kerkje en telefoonmasten. Muloscholieren kunnen bovendien elke dag op en neer naar school en hoeven op hun twaalfde niet uit huis. Kortom, Wanhatti is een dorp met heuse voorzieningen waar de andere gemeenschappen aan de Cottica jaloers op zijn.

Cotticaweg 3_Detailfoto

Ontsluiting

De aanleg van de Wanhattiweg in de jaren zeventig was de eerste fase in de ontsluiting van de Cotticadorpen. Die weg is nu een bauxietrode, glibberige rollercoaster dwars door de jungle: ongeveer 25 kilometer aan diepe gaten, grote plassen en af en toe een omgevallen boom. Het is een zijweg van de Oost-Westverbinding, precies op de plek waar ooit het Cordonpad liep. Maar als je er niet naar zoekt, rijd je er waarschijnlijk zo aan voorbij.

De tweede fase in de ontsluiting een weg van Wanhatti naar Lantiwee en verder richting Tamarin en Langahoekoe zou direct volgen, maar liet uiteindelijk 39 jaar op zich wachten. Zware machines hebben intussen een breed slingerpad open gestoten en zijn bezig met het graven van trenzen en het plaatsen van duikers. Met een stevige terreinwagen is het nu, voor het eerst in de geschiedenis, mogelijk om naar de dorpen te rijden.

Nostalgie

Degene die de overheid een paar jaar geleden aan de jas begon te trekken, is Frank Burnett (74), voorzitter van de Stichting Ontwikkeling Dorpen Cottica. Als opzichter van Openbare Werken was hij in 1971 betrokken bij het project in zijn geboortestreek. Hij is de tweede fase van het toegankelijk maken van de dorpen nooit vergeten. Bij de oprichting van de stichting in 2004 heeft hij stellig verkondigd: “Zodra de weg open is, ga ik gelijk terug naar de plantage met m’n houwer.”

Zijn missie is vooral ingegeven door nostalgie. Burnett wil de vergane glorie van Tamarin herstellen en zijn “geboorteplek weer zien bloeien”. Hij groeide op in het marrondorp met zijn Guyanese vader en inheemse moeder. In betere jaren had het plaatsje een internaat, een kerk en een grote zaagmolen die Moengo voorzag van bouwmaterialen. Nu wonen er nog zes mensen. De oude huisjes langs de waterkant staan er verlaten bij en worden alleen nog bewoond door een grote kolonie vleermuizen. De lagere school draait nog wel en biedt onderwijs aan alle kinderen uit het gebied.

Opzichter

Met het vooruitzicht op een goede verbinding met de stad heeft hij op zijn eigenhandig open gekapte perceel al pompoenen geplant voor de verkoop. Als de weg eindelijk berijdbaar is, gaat hij het groter aanpakken. Er valt namelijk geld mee te verdienen, mits het transport niet teveel kost.

Ook Pa-Adam ziet de laterietweg vooral als de oplossing voor het vervoeren van zijn oogst. Nu bewerkt zijn familie de kostgrond maar in beperkte mate. “Als je het niet kan verkopen, dan zit je ermee. Het is teveel om op te eten.”

Cotticaweg 2_Detailfoto

De oude Pa-Adam ziet zo uit naar de weg dat hij de aannemer bijstaat in de aanleg ervan. “Vóór de officiële groep staat hij ’s morgens al klaar met een houwer. Je zou denken dat hij in dienst is”, zegt Burnett. Hij noemt hem de ‘kosteloze opzichter’. Pa-Adam heeft de lijn door de jungle helpen trekken. “Als geboorteling van dit gebied weet ik precies waar alles ligt. Daar zit modder, hier zit zand, daar ligt grind, en zo loopt het water.” Hij werkt met grote zorgvuldigheid, want “de grond is niet ons eigendom. Het is van de Groteren.”

Rovers

Maar niet iedereen is alleen maar blij met het toekomstbeeld. “In Rikanau Moffo hebben ze een weg en daar wordt gestolen”, zegt een vrouw op de steiger, druk bezig met haar afwas. Ze is bang dat de rovers, die in de nachtelijke uren de kostgronden van andere dorpen plunderen, nu ook naar Lantiwee komen. Ook zuster en missionaris Anne Dreisbach ziet de mogelijke keerzijde van de weg. “Nu kunnen we al onze spullen gewoon buiten laten, maar dat kan straks niet meer”, zegt ze. “Er zitten twee kanten aan het verhaal.”

Kapitein Wetipai houdt echter vast aan de mooie verwachtingen die de wegverbinding oproept en blijft hopen op de terugkeer van zijn kinderen. “Ze zijn vertrokken voor school en voor werk, niet om het moderne leven. Ze houden van het binnenland. Ze komen terug.”

Of zij hun bestaan in de stad willen opgeven voor eentje aan de brakke rivier, om zo de dorpen letterlijk weer nieuw leven in te blazen, is echter nog maar de vraag. Met een voorzichtige lach op zijn gezicht klinkt de kapitein optimistisch als hij zegt: “Het lijkt erop dat het deze keer echt goed komt.”

Cotticaweg 4_Detailfoto

Gepubliceerd in de Ware Tijd, 23/02/2013
Beeld: Irvin Ngariman

Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s